Laat je drillen voor strakke billen – Voor het eerst trainen met een personal trainer

Eerste keer trainen met een personal trainer

Personal trainers zijn voor BN’ers, dacht ik altijd. Zo dankt Lieke van Lexmond haar loeistrakke Playboylichaam aan haar persoonlijke drillmaster en is sportcoach Guy van der Reijden verantwoordelijk voor de sixpack van Mark van Eeuwen op de cover van Men’s Health. Kiezen voor de makkelijkste weg, noemde ik dat. Met een personal trainer kan iedereen de billen van Doutzen krijgen. Dat je ondanks de persoonlijke begeleiding nog steeds zélf keihard moet trainen om een strak lijf te krijgen, maakte het vuurrode, bezwete hoofd van mijn zus mij duidelijk. Haar eerste personal training met Niek Wessels zat erop. Hoewel ik de afgelopen jaren best wat uurtjes in de sportschool met haar doorbracht, heb ik mijn zus niet eerder zo gesloopt gezien. Nu, een jaar en heel wat glimmende tomatenhoofden verder, traint ze nog wekelijks met Niek en zit ze een stuk strakker in haar vel. Op Nieks Facebookpagina zie ik steeds meer geslaagde transformaties voorbij komen. Van mensen in alle soorten en maten. Omdat ik toch eens zelf wil ervaren welk leed ik moet ondergaan om van dat buikje af te komen, maakte ik in een dappere bui een afspraak met Niek. Mijn eerste personal training is een feit.

Lichtelijk nerveus en met een hazelnootgebakje achter de kiezen (train ik er toch zo af) stap ik de sportschool binnen. “Klaar om te zweten?”, vraagt Niek. “Yes”, lieg ik. Vooraf vul ik een formulier in over mijn lichamelijke gesteldheid. Ik zeg maar niet dat ik me meer zorgen maak over de gesteldheid na de training… Tijd voor de warming up. Vijf minuten op de crosstrainer. Da’s een makkie. Daar heb ik weleens een uur op getraind. Een hele aflevering van Desperate Housewives om precies te zijn. Ondertussen legt Niek uit wat we het komende uur gaan doen. Alle spiergroepen worden aangepakt. Dat belooft wat.

De echte training begint met een superset (meerdere oefeningen achter elkaar zonder rust) van roeien en burpees. Ik moet 250 meter roeien binnen een bepaalde tijd. Niek zit op het apparaat naast me. “Straks ga je zweten hoor!” Ik kijk hem aan. “Oh, dat doe je nu al.” Ik roei me een ongeluk en dat werpt z’n vruchten af: ik bereik de 250 meter binnen de tijd. Yes! Meteen door naar de vijf burpees. Na een minuut rust die tien keer zo kort lijkt te duren als een minuut roeien, wacht dezelfde set op me. Niek houdt hardop bij hoeveel slagen ik nog moet en geeft aan dat ik op schema lig. Ik roei dezelfde afstand twee seconden sneller. High Five. Door naar die verrekte burpees.

Na de burpees staan er sprintjes op de planning. Tien sets met tien seconden rust tussen elke set. Ik ren de benen uit mijn lijf terwijl Niek me aanmoedigt en me complimenteert als ik nog iets sneller ga. Even voel ik me Dafne Schippers. Na de vijfde set ben ik bekaf en concludeer ik dat sprinten de allerstomste sportactiviteit van de wereld is. Mijn mond en keel zijn kurkdroog.

Als ik weer enigszins aanspreekbaar ben, is het tijd voor kracht en uithoudingsvermogen. Vijftien squats met extra gewicht in een apparaat waar ik op de sportschool altijd met een boog omheen loop, gevolgd door twee rondjes snelwandelen met in elke hand een dumbell van twaalf kilo en twintig seconden boksen. Een korte pauze en dan nog een set. Mijn benen en billen branden, mijn armen voelen zwaar en de straaltjes zweet stromen van mijn gezicht. Ik moet het volhouden!

Dan is mijn buik aan de beurt. Eerst vijftien legraises, dan dertig seconden twisten en vervolgens dertig seconden luchtfietsen. Weer twee sets achter elkaar met een korte rust ertussen. Mijn brandende buikspieren doen vermoeden dat ik de afgelopen minuten een zichtbare sixpack onder mijn natbezwete shirt heb gekweekt. (Niet het geval.)

Na de buikspieren moet ik twee keer dertig seconden een statische squat doen met mijn rug tegen de muur, mijn armen gestrekt naar voren en een gewicht in mijn handen. Alles begint te trillen en ondertussen vraag ik me af of die zweetwalm die om mij heen hangt ooit verdwijnt.

Tijd voor de cooling down. Yes, mijn favoriete sportmoment! De training (en met name de rust) vloog voorbij. Ik train met Niek veel harder dan ik alleen of met een vriendin zou doen. De motiverende peptalks en aanmoedigingen slepen me echt door de training heen. In m’n eentje zat ik al lang en breed te chillen in de kantine.

De volgende ochtend voel ik me alsof ik finaal in elkaar ben gemept. Wat een spierpijn! Maar spierpijn herinnert mij er wel altijd aan dat ik supergoed bezig ben geweest. Nog meer van dit soort trainingen en ik heb net zo’n loeistrak Playboylichaam als Lieke.

Pluspuntjes:

  • Een personal trainer aan je zij die je aanmoedigt werkt enorm motiverend.
  • Je haalt alles uit je training. Veel meer dan wanneer je in je eentje traint.
  • Je traint op afspraak, dus een training skippen omdat je geen zin hebt of moe bent is geen optie.
  • De afwisseling tijdens de training voorkomt dat het saai wordt.
  • De transformaties van ‘gewone mensen’ die ik voorbij zie komen geven een realistisch beeld van de enorme resultaten die je kunt boeken en dat werkt motiverend.Check ze zelf maar op FacebookYouTube of Instagram: @niekwessels.

Minpuntjes:

  • Het is zwaar. En om resultaten te blijven boeken, blijft het ook zwaar.
  • Het kost je meer geld dan wanneer je in je eentje traint.
  • De angst achteraf: verdwijnt die intens rode kleur ooit van mijn gezicht?

Leave a Reply